Home / De BGHM / Onze opdrachten / Gewestelijk Huisvestingsplan
Home / De BGHM / Onze opdrachten / Gewestelijk Huisvestingsplan

Het Gewestelijk Huisvestingsplan

Het Gewestelijk Huisvestingsplan is een antwoord op de huisvestingscrisis in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die hoofdzakelijk het gevolg is van de lage inkomens waarmee een groot deel van de inwoners het moeten stellen, de sterke stijging van de woonkosten en de stijgende vraag naar sociale woningen (in 2005 ongeveer 32.000 kandidaten die op een sociale woning wachtten).  Het Gewestelijk Huisvestingsplan telt 56 nieuwbouwprojecten, goed voor een totaal van 40.474 woningen.

Een van de belangrijkste initiatieven van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bestaat erin alle, ook lokale, initiatieven aan te moedigen die voor een stijging van het aantal openbare woningen kunnen zorgen. Op 24 februari 2005 stemde de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in met de invoering van het Gewestelijk Huisvestingsplan dat gericht is op de bouw van 5.000 woningen waarvan 3.500 sociale woningen en 1.500 woningen voor middeninkomens.

De Publieke en Publiek-Private Samenwerking

De Publieke Samenwerking

De projecten van het Gewestelijk Huisvestingsplan worden met verschillende openbare partners (waaronder de BGHM) als volgt opgezet:

De Publiek-Private Samenwerking (P.P.S.)

Het gaat om een samenwerkingsverband tussen overheidsinstanties (het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de BGHM, een Gemeente en een OVM) en een privé partner (een aannemer van bouwwerken of een private vastgoedontwikkelaar) om sociale woningen en woningen voor middeninkomens op openbare terreinen op te trekken (eigendom van een Gemeente, een OCMW, de BGHM, de GOMB, een OVM of het Gewest) waarbij de overheid als opdrachtgever blijft optreden.

Het openbare opdrachtgeverschap wordt gewaarborgd door:

  • het terrein dat in overheidshanden blijft. De overheid wordt opnieuw volledige eigenaar na afloop van het aan de privé-partner toegekende zakelijke recht.
  • de definitie van het programma (aantal woningen van het project, verdeling tussen woningen met 1, 2, 3 slaapkamers, sociale woningen en/of woningen voor middeninkomens) door de overheidssector.
  • het beheer van de nieuwbouw door een OVM en/of een Gemeente. De OVM en/of de Gemeente zorgen voor de verhuring van de woningen en de privé-sector staat in voor het groot onderhoud.
  • het openbare kwaliteitstoezicht op de behoorlijke verwezenlijking van het programma door de privé-partner. De vergoeding van de privé-partner kan afhangen van de kwaliteit en de beschikbaarheid van de door hem gebouwde woningen.

Vereisten voor de privé-partner :

  • De privé-partner krijgt een opstalrecht van de openbare eigenaar van het terrein. De looptijd van dat opstalrecht moet voldoende lang zijn (vb : 27 jaar) opdat de opgebrachte huurprijzen van de woningen de investering kunnen terugbetalen, inclusief interesten en winstmarge.
  • De via een overheidsopdracht aangeduide privé-partner is gebonden door een gedetailleerd bestek waarin de overheidsinstantie een programma heeft gedefinieerd (oppervlakte woningen, verdeling van de slaapkamers, milieunormen, energieprestatie van de gebouwen, gewestelijke stedenbouwkundige verordening, warmte-isolatie, naleving van de openbare termijnen inzake procedure en uitvoering,... ).
  • De privé-partner ontwerpt, bouwt of doet bouwen (in het geval van een vastgoedontwikkelaar) en financiert het project.

Document acties