Home / Sociaal huren / Rechten en plichten van de Huurder / Huurwaarborg

Huurwaarborg

De huurwaarborg is geregeld door artikelen 13,14 en 40 van het besluit van 26 september 1996 en door artikel 23 van de type-huurcontracten.

Het besluit bepaalt dat de huurwaarborg drie vormen kan aannemen. De huurder kan kiezen welke vorm van huurwaarborg op hem van toepassing zal zijn.  Er bestaat een bijzondere vorm van huurwaarborg (zie hieronder).

1ste vorm van huurwaarborg : storting in speciën waarna het bedrag op een geïndividualiseerde rekening geopend op naam van de huurder wordt gestort

In dit geval mag de waarborg niet meer bedragen dan twee keer het bedrag van de reële huurprijs bedoeld in artikel 15 van het type-huurcontract. Het bedrag van de huurwaarborg mag evenwel niet lager zijn dan 423,01 euro en niet hoger dan 1.269,02 euro (bedrag op 01.01.2017).

In dit geval stort de huurder het bedrag van de waarborg in één keer op de rekening van de verhuurder. Een gespreide betaling van de huurwaarborg is niet mogelijk.

Het bedrag van de huurwaarborg wordt dan op initiatief van de verhurende maatschappij op een geïndividualiseerde rekening gestort die op naam van de huurder wordt geopend. De opgebrachte rente wordt gekapitaliseerd ten bate van de huurder.

Op verzoek van de betrokken huurder kan het bevoegde OCMW het bedrag van de huurwaarborg aan de huurder voorschieten, zodat deze het bedrag op de rekening van de verhuurder kan storten die het op zijn beurt op een geïndividualiseerde rekening op naam van de huurder stort. Om van deze mogelijkheid gebruik te maken, moet de huurder voldoen aan de toekenningsvoorwaarden die vereist zijn voor de tussenkomst van een OCMW inzake bijstand bij de samenstelling van een huurwaarborg.

2de vorm van huurwaarborg : bankwaarborg

In dit geval is de waarborg gelijk aan drie keer het bedrag van de reële huurprijs bedoeld in artikel 15 van het type-huurcontract. Het bedrag van de huurwaarborg mag evenwel niet lager zijn dan 423,01 euro en niet hoger dan 1.269,02 euro ( bedrag op 01.01.2017).

Deze bankwaarborg maakt het voor de huurder mogelijk om de huurwaarborg progressief samen te stellen d.m.v. constante mensualiteiten, gedurende maximum 36 maanden. In deze situatie staat de financiële instelling borg voor het totaalbedrag van de waarborg vanaf het moment dat het huurcontract wordt afgesloten.

De huurder is verplicht om zijn aanvraag voor een bankwaarborg te richten tot de financiële instelling waar hij, in voorkomend geval, zijn rekening heeft waarop zijn beroeps- of vervangingsinkomsten worden gestort.

Indien de huurder stopt met het storten van zijn beroeps- of vervangingsinkomsten bij de desbetreffende instelling, is deze gerechtigd om de integrale en onmiddellijke samenstelling van de huurwaarborg te eisen, onverminderd de mogelijkheid om die over te brengen naar een andere financiële instelling.

De financiële instelling kan deze bankwaarborg niet weigeren om redenen die verband houden met de kredietwaardigheid van de huurder. De huurder is geen enkele debetrente verschuldigd aan de financiële instelling, die hem rente zal uitkeren vanaf de dag dat de huurwaarborg volledig is samengesteld.

De financiële instelling beschikt over de voorrechten van het gemeen recht ten aanzien van de huurder ingeval hij zijn verplichting om de vastgelegde waarborg progressief samen te stellen, niet naleeft.

Door de financiële instelling moet een formulier worden ingevuld, die moet worden overhandigd aan de eigenaar. Met dit formulier bevestigt de financiële instelling aan de verhuurder dat er een huurwaarborg werd toegekend.

3de vorm van huurwaarborg : bankwaarborg die voortvloeit uit een type-contract tussen een OCMW en een financiële instelling.

In dit geval is de waarborg gelijk aan drie keer het bedrag van de reële huurprijs bedoeld in artikel 15 van het type-huurcontract. Het bedrag van de huurwaarborg mag evenwel niet lager zijn dan 423,01 euro en niet hoger dan 1.269,02 euro (bedrag op 01.01.2017).

In het kader van het type-contract tussen het OCMW en de bank, verbindt de bank er zich toe de eigenaar het bedrag van de bankwaarborg te betalen voor rekening van het OCMW, indien de betrokken huurder zijn verplichtingen niet nakomt.

Het OCMW dient zelf de aanvraag voor de bankwaarborg in bij een financiële instelling (niet noodzakelijk de financiële instelling van de betrokken huurder), die de bankwaarborg toekent aan de verhuurder. In dat geval moet de financiële instelling een formulier invullen en aan de eigenaar overhandigen. Met dat formulier bevestigt de financiële instelling aan de verhuurder dat de huurwaarborg werd toegekend. De tussenkomst van het OCMW wordt op het formulier niet vermeld.

Bijzondere vorm van huurwaarborg : de bedragen afkomstig uit de maatschappelijke aandelen

Voor de coöperatieve vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de huurders aandelen hebben, bestaat er een vierde vorm van waarborg. Met de toestemming van de OVM kan in deze vennootschappen het voor de maatschappelijke aandelen gestorte bedrag immers dienen als huurwaarborg. In dat geval moet, bij de ondertekening van het huurcontract, het uit de maatschappelijke aandelen afkomstige bedrag minstens even groot zijn als de minimale huurwaarborg (423,01 euro op 01.01.2017).

De van toepassing zijnde bedragen voor een ander jaar.

Document acties