Kan ik een sociale woning huren als ik eigenaar ben van een ander onroerend goed?

Eerst bekijken we de datum van inschrijving als sociaal huurder bij de openbare vastgoedmaatschappij (OVM): voor of na 1 januari 2002.

Cf. artikel 4, §4 en §2 van de BBHR van 26 september 1996:

§ 4 – “De standaard huurovereenkomst bevat een clausule die bepaalt dat de maatschappij de huurovereenkomst niet mag beëindigen zonder een met reden omklede vooropzeg. In de huurovereenkomst moet worden vermeld dat deze zal worden beëindigd middels een vooropzeg van 6 maanden, wanneer de huurder of een gezinslid de volle eigendom verwerft, of erfpachter of vruchtgebruiker wordt van een onroerend goed dat bestemd is als woning of voor beroepsdoeleinden, en dit voor huurovereenkomsten gesloten vóór 1 januari 2002, waarvan het kadastraal inkomen hoger ligt dan 250,00 €, behalve indien de maatschappij de kandidaat-huurder toestaat om ter plaatse te blijven volgens dezelfde bepalingen als diegene in artikel 4, § 2.”

§ 2 – “De kandidaat-huurder of een gezinslid mogen niet in volle eigendom, als erfpachter of vruchtgebruiker een onroerend goed bezitten dat bestemd is als woning of voor beroepsdoeleinden. De maatschappij kan, voor individuele gevallen en in uitzonderlijke omstandigheden, afwijken van onderhavige bepaling op basis van een gemotiveerde beslissing die wordt genomen na advies van de sociaal afgevaardigde.”

Dit wil zeggen:

a) Als u als huurder de woning op 1 januari 2002 of later betrok, mag u geen eigenaar, erfpachter of vruchtgebruiker zijn of worden van een onroerend goed dat bedoeld is als woning of voor uw beroep.

Is dit toch het geval? Dan wordt de huurovereenkomst beëindigd met een vooropzeg van 6 maanden. De OVM kan evenwel een afwijking toestaan via de procedure beschreven in artikel 4§2 en de huurder zo in zijn sociale woning laten verblijven. Deze beslissing moet gemotiveerd zijn op basis van uitzonderlijke omstandigheden en op advies van de sociaal afgevaardigde.  

b) Als u als huurder de woning vóór 1 januari 2002 betrok, is de regeling anders. In deze situatie hangt de beslissing af van het kadastraal inkomen van het onroerend goed waarvan u eigenaar, erfpachter of vruchtgebruiker bent en dat als woning of voor uw beroep bedoeld is.

Is dat kadastraal inkomen lager of gelijk aan 250 euro? Dan is er geen probleem en kan u in de woning blijven wonen als sociaal huurder. Is het kadastraal inkomen hoger dan 250 euro? Dan komt er in principe een einde aan de huurovereenkomst, met een vooropzeg van 6 maanden.

De OVM kan eventueel een afwijking toestaan via de procedure beschreven in artikel 4§2 en de huurder toch in zijn sociale woning laten verblijven. De OVM moet haar beslissing dan motiveren op basis van uitzonderlijke omstandigheden en op advies van de sociaal afgevaardigde.

Bijzonder geval: de aankoop via lijfrente

Als de huurder de verkoper is:

Als de huurder die ook eigenaar is, het onroerend goed verkoopt, maar nog lijfrente ontvangt, wordt hij niet meer als eigenaar beschouwd. Hij kan dan in zijn sociale woning blijven, tenzij hij vruchtgebruik heeft van het onroerend goed.

Heeft hij vruchtgebruik? In dat geval kan de OVM zich baseren op de voorwaarden in artikel 4§4 van de BBHR van 26 september 1996 en de huurovereenkomst beëindigen.

Als de huurder de koper is:

In dit geval wordt de koper die de lijfrente betaalt, de eigenaar. De OVM kan op basis van de voorwaarden bepaald in artikel 4§4 van de BBHR van 26 september 1996 de huurovereenkomst beëindigen.

Lees meer over verkoop met lijfrente op de website van de Belgische notarissen