Financiering

De sociale huisvestingssector wordt gefinancierd met gewestelijke kredieten die de uitgavenbegroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest jaarlijks verschaft. De BGHM is belast met het beheer en de uitvoering van de investeringsprogramma’s die goedgekeurd werden door de Brusselse regering. Sinds 2006 wordt 50% van de investeringskredieten voor renovatiewerken van bestaande woningen en voor de bouw van nieuwe woningen betaald met subsidies.

Hoe verloopt de financiering precies?

Concreet werkt de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) investeringsprogramma’s uit samen met de Openbare Vastgoedmaatschappijen (OVM’s) en legt deze voor aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Na goedkeuring kunnen de uitbreiding, rehabilitatie en renovatie van het sociale woningenbestand plaatsvinden.

Het totale bedrag van de investeringen wordt besteed aan:

  • gewestelijke investeringsprogramma’s op 4 jaar, bedoeld voor specifieke projecten voor de renovatie, bouw of aanleg van de onmiddellijke omgeving
  • aparte financiële middelen voor
    • aankoop en renovatieprojecten
    • dringende werken die men bij de goedkeuring van het vierjarenplan niet kon voorzien
    • de integratie van kunstwerken in samenspraak met de bewoners 
    • door de OVM’s geselecteerde werken volgens een systeem van trekkingsrechten en die onder de OVM’s (bij ondertekening van een beheersovereenkomst) verdeeld worden volgens de omvang van hun patrimonium en diverse omkaderingsvoorwaarden

Bovenop het gewestelijk investeringsprogramma is het mogelijk dat de BGHM extra leningen toekent aan de OVM’s als er onvoorziene werken nodig zijn die geen deel konden uitmaken van een investeringsprogramma of als er binnen een bepaald investeringsprogramma meer geld nodig is dan voorzien.

Het Gewest, met de BGHM als tussenschakel, stort ook een ‘solidariteitstoelage’ aan de OVM’s die een ‘sociaal tekort’ optekenen, wat betekent dat de som van de werkelijk betaalde huurprijzen lager ligt dan die van de basishuurprijzen.